 |
Iets
over het ontstaan en de inhoud van het boek.
Al heel
lang ben ik geïnteresseerd in hoe mensen leven. Vooral hoe ze omgaan met wat hun
(natuurlijke) omgeving hun te bieden heeft, hoe ze met elkaar omgaan, de
tradities en gebruiken die ontstaan in de loop der tijd. De volksverhalen en
volksnamen voor planten kunnen een prachtige ingang zijn om iets te weten te
komen over de gewoontes en leefwijze van mensen in een andere tijd en cultuur.
Als kind
wilde ik archeoloog worden. Voordat het ‘tuinvirus’ mij greep heb ik
geschiedenis gestudeerd. Met ingehouden adem las ik over de ontdekking van het
oude Troje door de archeoloog Schliemann, of over de vondst van het graf van
Toetanchamon.
In de loop der jaren heb ik vele boeken gelezen over planten en hun
achtergronden. Waar ze vandaan kwamen, hoe ze hier terecht zijn gekomen, hoe ze
door de mensen gebruikt werden, medicinaal of als symbool voor iets, als voedsel
voor lichaam en geest, ter inspiratie in de dichtkunst, schilderkunst, muziek.
Tijdens
de tuinenreizen die ik begeleid en de excursies die ik organiseer kwamen de
verhalen en gedichten naar buiten en kreeg ik vele enthousiaste reacties en
opmerkingen om al die vertellingen eens op te gaan schrijven.
Welnu
dat is nu eindelijk gebeurd! Het omvangrijke archief dat in mijn hoofd zit is
opengegaan (dat voelt aanmerkelijk lichter!) en mijn eerste boek is er uit
gerold ; ‘Van Klaproos tot Meizoentje’.
Hiernaast tref je een stukje aan uit het verhaal over het sneeuwklokje. In
totaal zijn er twaalf plantenverhalen, gedichten en recepten met bloemen zoals
bijvoorbeeld paardenbloempannekoekjes.
Veel
plezier met lezen!
Janneke
Bestellen doe je hier.
|


"Sneeuwklokjes, ze spreken al eeuwen
tot de verbeelding van mensen. Ze zijn de eerste bloeiende planten in de
tuin, goed zichtbaar met hun witte klokbloempjes, kleine bakens van
licht in de donkere winter, voorbodes van de lente. Het lijkt net of ze
altijd in onze tuinen hebben gestaan, maar dat klopt niet. Pas rond 1500
wordt het Sneeuwklokje in onze literatuur genoemd.
Het vroegste geschrift waarin het wordt
vermeld is van de Griekse filosoof en naturalist
Theophrastus en dateert uit de 4e
eeuw voor Christus.
Hij noemt het Sneeuwklokje een ‘witte
viool’.
Het ‘witte’ van het Sneeuwklokje staat
symbool voor zuiverheid , reinheid en maagdelijkheid en daarom is de
plant dan ook gewijd aan Maria. Wanneer je op 2 februari (Maria-Lichtmis)
een schaaltje met Sneeuwklokjes binnen neerzet dan breng je ‘witte
zuivering’ in je huis. Pluk als vrouw daarentegen liever geen
Sneeuwklokje vóór Valentijnsdag als je binnenkort gaat trouwen want dan
kan de trouwerij wel eens niet doorgaan. En heb je als vrouw last van
een opdringerige aanbidder? Stuur hem dan een envelop met Sneeuwklokjes
erin, dan maak je hem duidelijk dat je van hem verschoond (zuiver) wilt
blijven.
Het
‘lichtgevende’ aspect van het Sneeuwklokje komt op diverse terreinen
naar voren. Zo zou het Sneeuwklokje symbool staan voor het nieuwe en je
helpen oude dingen te verwerken, het brengt letterlijk licht aan het
eind van een donkere tunnel. Het bloempje zou ook werkelijk licht geven
in het donker en werd daarom vroeger bijvoorbeeld langs het pad naar de
buiten-w.c. geplant om toch nog wat licht te hebben." |